de weg

Op een feest sprak ik een jongen over het eiland waar hij opgegroeid was. Ik vertelde dat ik er vaak was geweest, dat mijn moeder net als hij de hoofdstad in haar paspoort had staan. Over een maand zou ik er weer zijn. Hij vroeg me waar ik zoal heen ging, noemde namen van wijken en plaatsen die me bekend voorkwamen, maar waar ik geen voorstelling bij had.

Ik kom hier al twintig jaar, maar de weg weet ik niet. De dagen op dit eiland lijken op elkaar, vloeien ineen, en zo ook de wegen. Vanaf de achterbank was ik er nooit mee bezig waar ik me precies bevond. Ik lette op andere dingen, constructies die jaar na jaar weer langs de weg oprezen: de rotonde met de enorme leguaan, de voortuin met een graafmachine erin, de advertentie van Coca Cola naast een billboard met Jezus erop. De frietkraam bij Grote Berg, waarop “‘Grote Berg’ Patat” stond – iets wat me iedere keer weer wist te amuseren. De weg die zo steil omhoog en naar beneden ging dat het net een achtbaan leek en hetzelfde gevoel in je buik veroorzaakte. Het was altijd een verrassing wanneer we zo’n herkenningsteken zouden passeren, omdat ik ze niet aan specifieke routes verbond. Mijn vader reed in al die jaren, waardoor het voor mij niet noodzakelijk was te weten hoe we ergens kwamen. Ik wist waar we heen gingen, en dat was genoeg. 

Dit jaar zou het anders zijn, zo kondigde ik voor vertrek al aan. Ik wilde zelf eens rijden, me de routes eigen maken. Er werd een kaart ingepakt, die we op de eerste avond hier bekeken. Mijn moeder volgde met haar vinger de wegen en benoemde wat ik zou tegenkomen. Hier de gele kerk, daar de velden waar opa nog gevoetbald had. De supermarkt waar het binnen altijd zo donker was, het gebouw met de zuilengallerij dat al sinds jaar en dag leegstond. Het strand met de papegaai, het strand met de honden, het strand met de varkens. Het huis waar mijn moeder gewoond had, in de wijk met de straten vernoemd naar tropische vogels (die hier gewoon vogels heten). Dornasolweg, Troepiaalweg, Kolibrieweg. En de wegen kregen namen en de namen kregen betekenis.

de bank

De afgelopen maanden volgde ik een vak over kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. Met zo’n vijftien studenten verdiepte ik me in de effecten van vroege selectie, toetscultuur en schoolsegregatie. In het kader van een onderzoek praatten we erover na. Een gewetensvraag voor de docenten: vonden ze het verantwoord om studenten van de lerarenopleiding te confronteren met dit soort systemische problemen? Het kon aspirantleraren het idee geven dat er nog iets was wat moest, nog iets wat ze verkeerd konden doen. Straks werden ze mismoedig en verlieten ze het onderwijs, om vervolgens bij een bank aan de slag te gaan. De docent lachte. Dat leek hem sterk.

Ik dacht aan mijn vader, die me precies dat adviseerde wanneer we het over mijn toekomst hadden. Als het toch niks werd met de kunst, kon ik altijd nog bij ABN AMRO aan de slag. Daar was altijd plek voor slimme mensen.

Ik dacht aan een jeugdvriendin die ik deze zomer sprak. Ik vroeg waar ze na haar studie econometrie beland was. Ze deed onderzoek. Waarnaar? Dat hing af van de vraag. Momenteel kwam die van een fabrikant van paardenvoer. Zij vroegen zich af welk paard het beste was voor op de verpakking. Maakte het uit? Wel degelijk, vertelde ze: een wit paard op de zak zou de indruk kunnen wekken dat het voer alleen voor witte paarden was bestemd, wat de verkoop niet ten goede zou komen.

Ik dacht aan een vriend die het erg naar zijn zin had als consultant. Maar soms kwam hij terug van de koffieautomaat, keek hij uit over zijn afdeling en dacht hij: hier zijn een heleboel sociale en intelligente mensen PowerPoints aan het maken.

Ik dacht aan alle mensen van wie ik wist dat ze na een studie pedagogiek, rechten of filosofie inderdaad bij een bank waren gaan werken.

Ik dacht aan een vriendin die me vertelde dat vrijwel al haar vrienden consultant waren. Ze hadden natuurkunde gedaan, scheikunde of kunstmatige intelligentie, maar voelden niet direct de behoefte daar iets mee te doen. Ze wilden zich breed ontwikkelen en kwamen zo uit bij McKinsey of KPMG, want daar konden ze in korte tijd ontzettend veel leren.

Weet je waar dat ook kan? In het onderwijs.

Hoewel daar op allerlei vlakken tekorten zijn, is er aan uitdaging geen gebrek. Conceptontwikkeling, conflictbemiddeling, gespreksvaardigheden, efficiënt werken, snel schakelen, empathisch leiderschap, het komt allemaal voorbij. Bovendien is het een zeer geschikte omgeving om te werken aan je morele kompas. En ook in het onderwijs kan je PowerPoints maken.

Genoeg te doen daar, voor slimme mensen.