Het moment dat je na een paar weken je huis binnenstapt, en voor heel even de geur kan ruiken die er hangt – een paar seconden, dan is het weer verdwenen. ‘Dat ervaar ik nu,’ zeg ik tegen een collega, terwijl ik mijn roestvrijstalen waterfles afwas waarin de hele zomer bacteriën hebben staan kweken.
Alles hier doet me vreemd aan, deze eerste dagen dat ik terug ben; ik weet dat dit een plek is die bruist van de ideeën, maar ik ruik iets anders. De stilte op de gang waardoor ik haast niet durf te praten, het oogcontact met collega’s die ik alleen via de mail spreek. De achtergelaten spullen die niemand weg durft te doen, het bericht op het whiteboard dat niet meer uit is te vegen: EINDE DAG RAMEN SLUITEN! Ik heb zin om de muren roze te verven, maar hoe duidelijk ik ook knipoog wanneer ik het voorstel, er wordt met klem medegedeeld dat dit niet toegestaan is.
Ik voel me te opgewekt, te ongeremd. Iedereen vraagt elkaar hoe het gaat en zegt dan goed – en ik begin over het moment dat je na een paar weken je huis binnenstapt, en voor heel even de geur kan ruiken die er hangt. ‘Dus je bent nog aan het wennen,’ reageert mijn collega. Ik knoei op het aanrecht terwijl ik het sop uit mijn fles laat stromen en zeg: ‘Ik weet nog niet zeker of ik dat wil.’
Geef een reactie