

In de zomer voelen mijn woorden vaak ver weg; alsof ze naar de bodem van een meer zijn gezonken waar ik aan de blauwgroene oppervlakte drijf. De contouren zijn zichtbaar, maar in de diepte kan ik niet lezen wat er staat, de letters slechts vlekken, bewegend onder water. Ik zou kopje onder kunnen gaan om ze als gedachten op te duiken, maar die behoefte voel ik niet. Het is wel rustig zo, een sprakeloze hitte.
Wat achter blijft is beeldtaal; schuiven met kleuren en vormen tot er iets ontstaat wat evengoed spreekt. Vandaag kwam er toch opeens tekst bij – in het Frans, weliswaar.

Geef een reactie