wat kom je hier doen

Er woont een boze man in mijn hoofd. Hij zit er al zolang ik me kan herinneren, betaalt geen huur en maakt nooit zijn eigen kamer schoon. Twee weken geleden is hij in de openbaarheid getreden, tijdens een gesprek met een vriendin.

‘Wat doet hij daar dan?’ vraagt ze me. Vanachter het venster van mijn gedachten kijkt de man haar argwanend aan. ‘Hij vraagt wat ik er eigenlijk vanaf weet, of ik er wel goed over heb nagedacht. Hij lacht om mijn ideeën, zegt dat ik me niet moet aanstellen.’

‘En wat doe jij?’

‘Ik negeer hem. Dat probeer ik althans.’

‘Misschien moet je het gesprek eens aangaan,’ werpt ze op. Ik steek mijn tong uit om dat idee er als een bittere pil af te laten rollen. Ik heb geen zin om met hem te praten, ik denk dat het geen zin heeft. ‘Hij negeert mij ook.’

Mijn vriendin vraagt of deze man een naam heeft, of hij op iemand lijkt. Ik schud van nee. ‘Er zit dus een boze man in jouzelf,’ concludeert ze. Ik geef haar gelijk, met een kanttekening: hij mag dan in mijn hoofd wonen, maar ik heb hem niet verzonnen.

Er staat een boze man* tegenover me. Soms ben ik haast blij hem in de buitenwereld tegen te komen, ter bevestiging dat hij echt bestaat. Hij vraagt me wat ik hier eigenlijk kom doen, waardoor ik me dat ook begin af te vragen.

Er verschijnt een boze man in mijn inbox. Zijn bericht komt intimiderend op me over, alsof hij door een megafoon praat terwijl ik vlak naast hem sta. Ik typ dat ik hem niet begrijp. Hij typt terug dat ik daarmee precies zijn punt onderschrijf.

Er staat een muur van boze mannen achter me, geportretteerd in olieverf en gevangen in gouden lijsten. Hun ogen priemen in mijn rug terwijl ik mijn verhaal houd. Ik lach erom; ze vallen me in elk geval niet in de rede.

Er zit een boze man naast me. Hij heeft zich vriendelijk voorgesteld en gaat in op mijn vragen. Toch klopt er iets niet. Zo gaat het vaker: iets aan een interactie ontregelt me, maar ik nog niet weet wat precies. Meestal neemt de boze man in mijn hoofd het dan over, met zijn commentaar over een gebrek aan assertiviteit of gedegen voorbereiding. Ik raak afgeleid en begin te twijfelen, wat de boze man in de buitenwereld zich nog sterker doet afvragen waarom hij zou luisteren naar iemand die niet zeker is van haar zaak.

Deze keer gebeurt er iets anders. Terwijl de man praat observeer ik hem in plaats van mezelf, waardoor ik besef: hij kijkt me niet aan. In de rest van het gesprek wordt het patroon bevestigd; telkens wanneer ik hem een vraag stel wendt hij zich tot mijn collega om antwoord te geven. Hoewel het me nog niet lukt iets aan de situatie veranderen, ben ik al blij dat de situatie mij niet verandert, dat het me lukt om zelf aan het woord te blijven.

Ik ga naar de Feminist March en denk na over wat ik op mijn bord wil zetten.

je hebt de waarheid niet in pacht

verplaats je eens in een ander

kijk me aan als ik tegen je praat

Ik wil iets zeggen tegen de boze man, maar betwijfel of hij mee zal demonstreren. Hij is dan wel boos, maar niet over femicide, niet over abortus in het Wetboek van Strafrecht, niet over de loon- of orgasme- of empathiekloof. We zullen zonder en toch met hem lopen, boze vrouwen** met boze mannen in ons hoofd. Misschien koop ik een megafoon om er bovenuit te komen:

let vooral niet op hem

luister naar je eigen stem

* De rol van boze man kan op allerlei manieren ingevuld worden: naast boosheid kan ook irritatie, ontmoediging, kleinering, egoïsme, onverschilligheid of onwetendheid worden ingezet. De rol kan door allerlei personen vervuld worden, maar wordt traditioneel gespeeld door een oudere, witte en inderdaad boze man.

** Ook de rol van boze vrouw kan door iedereen (x/v/m) gespeeld worden: voel je vrij je aan te sluiten morgen om 12.45 op de Dam in Amsterdam.

Laat een reactie achter

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.