omcirkeld

Ik had hem al gezien. Mijn oog valt eerst op een oud-leerling van me, daarna op de man die om haar heen cirkelt. Ze zit met een tijdschrift aan de bar, een paar tafels verderop spelen Joeri en ik Rummikub. Tussen mijn beurten door werp ik telkens een blik over mijn schouder. Gele 1, 2, 3 – kennen ze elkaar? Hij zou haar vader kunnen zijn, maar daar lijkt het niet op. Drie keer 12 – hij is dronken. Blauwe 7, 8, 9 – moet ik erheen? 6, 6, 6. De man is achter me komen staan.

‘Ze heeft een schoppen vijf,’ zegt hij jolig tegen Joeri. We reageren niet. Dan legt hij zijn handen op mijn schouders en brengt zijn hoofd dicht naast het mijne. Ik manoeuvreer me onder zijn armen vandaan, weg kan ik niet. Hij zegt nog iets, wat ontgaat me. Dan laat hij me los. Zwijgend maken we het potje af. Ik verlies.

Naast ons is de oud-leerling komen zitten, inmiddels vergezeld door een vriendin. Ze herkent me niet, ik zeg haar geen gedag. Ze vertelt haar vriendin over de man: ‘Volgens mij heeft hij een midlife crisis.’ Ze lachen erom.

Mij lukt het niet meer. Hoewel ik heus vaker ben betast, op intiemere plekken, ben ik nu meer ontdaan. Het is de zichtbaarheid ervan: dat het niet gebeurt op een chaotische dansvloer of in een donkere gang, maar hier, in het midden van een halfvolle kroeg. Juist omdat het niet om een borst of bil gaat, wordt het mechanisme scherper zichtbaar. De man die pakt wat hij wil. De man die daarmee wegkomt. De man die verder gaat.

Al mijn opties voelen als verliezen. Ik verlies door dit als een onbeduidend voorval af te doen. Ik verlies als ik mijn energie verspil aan een confrontatie. Ik verlies als mijn emotie de avond overneemt. We proberen het nog even, maar tevergeefs. Op de hoek van de straat bedenk ik me. We lopen terug, spreken een medewerker van het café aan. Joeri legt uit wat er is gebeurd, vraagt wat mij niet meer lukt: let op hem, let op hen. Dan vertrekken we.

Die nacht droom ik over een drijvend huis waarop ik met tien vrouwen woon. Hoge golven spoelen niet over ons heen, maar tillen ons op, de houten vloer meebewegend met de deining. Zo zwerven we over de oceaan, samen en eindelijk alleen.