the unsayable

‘Doe het niet, Joris!’

‘Je begrijpt toch wel dat het zo niet verder kan!’

‘Maar ik houd van je!’

Omdat ik soms lijk te vergeten dat het leven geen toneelstuk is, met enkel gelaagde personages, scherpe dialogen en scenes die bijdragen aan de kwaliteit van het geheel, aan de sfeer of het plot of allebei, kan het voorkomen dat ik getuige ben van een persoonlijk drama en mijn primaire gedachte is: wat is dit slecht geschreven.

(Het kan ook voorkomen dat ik me zelf in een situatie bevind waarin weinig spannends gebeurt en denk: deze scenes kunnen er wel uit.)

Een gelauwerd schrijver – of schrijfster, dat heeft ze denk ik liever – vertelde me eens dat iedere conversatie drie lagen kent: the said, the unsaid en the unsayable. Er wordt iets gezegd waarmee iets anders wordt bedoeld, en daaronder ligt weer een Grote Waarheid, iets wat we voelen of weten maar niet direct uit zullen spreken, uit angst of trots of een algehele afkeer van pathetiek. ‘Wanneer the unsayable toch wordt uitgesproken krijg je soap, of musical.’

Er werd niet gezongen, maar het scheelde niet veel. De stationshal van Utrecht Centraal, tegenover me nemen twee mensen plaats. Zij een jaar of twintig, witblond haar in een slappe staart, naast zich een zwarte handbagagekoffer. Hij nauwelijks ouder, wel al licht kalend, in een rode zeiljas met een fluoriscerend gele capuchon waarmee iemand die overboord valt zichtbaar is in het water. De situatie is echter andersom: hij duwt haar de boot uit, zij spartelt hevig tegen.

‘Ik kan niet zonder jou!’ roept ze, waarna ze zich huilend op zijn schoot werpt. Alle omstanders kijken nadrukkelijk een andere kant uit, afgezien van een kind dat nog niet gehinderd wordt door sociale conventies. Met grote ogen aanschouwt hij de crisis die zich voor hem ontvouwt, kauwend op een kaneelbroodje.

‘Je snapt toch wel dat ik je niet meer vertrouw, als je onder een valse naam een account aanmaakt en dan met mij gaat chatten.’

‘Maar jij reageerde erop!’

‘Omdat ik al dacht dat jij het was!’

De dramatische gebaren, het volume waarop ze spreken en de uitvoerigheid waarmee het plot wordt uitgekauwd maken dat ik weg wil zappen – zo praten mensen niet met elkaar.

Dan de scene die ik een paar uur later aanschouwde. Een koffiezaak, aan een ronde tafel met vier stoelen zit een vrouw. Haar partner neemt niet naast, maar recht tegenover haar plaats, is dat van plan althans, tot de vrouw onderkoeld sneert: ‘Ga je dáár zitten?’

Vier woorden, drie lagen. Ga je daar zitten – the said. Waarom kom je niet dichter bij me – the unsaid. Houd je nog wel van me – the unsayable.

Laat een reactie achter

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.