omineus

Er slenteren weer studenten door de binnenstad. Ze dragen dezelfde shirts, truien, tassen, pakken, al dan niet met functie of naam. Kleine plukjes mensen die uitstralen: wij horen bij elkaar. Dat is niet illegaal meer. Ze hoeven zich niet langer te verstoppen of te schamen, het stempel ‘coronaverspreider’ kleeft niet automatisch meer aan ze. ‘Inmiddels hebben ze het allemaal al gehad’, zal men wel denken.

Eerstejaars op ov-fietsen houden het verkeer op, vanwege gebrek aan oriëntatie, besluitvaardigheid, of vanwege een slaapzak die van een bagagedrager af dondert. Er lopen jongens door de straten die zich eindelijk weer mannetjes kunnen voelen in hun jasjes en dasjes. Na twaalven verzamelen ze in de snackbar – alleen die is nog open. Voor de Albert Heijn knopen onbekenden gesprekken met elkaar aan, bierkratten op fietsenrekjes stapelend. ‘Waar gaan jullie heen?’ Er zijn weer uitwisselingsstudenten, die worden rondgeleid door mensen in gele shirts. Door hun ogen vind ik de stad haast nog fijner. Utrecht is uitnodigend, met al haar trappen om op te hangen, parken om in uit te brakken, pleinen om elkaar op te leren kennen in de zon die eindelijk schijnt.

Ook de universiteit bekijk ik met een frisse blik. Ik was er een halfjaar tussenuit, en daarvoor mocht ik ook al een jaar niet komen. Over een paar weken is de charme misschien wel weer verdwenen, herinner ik me dat de printers nooit meewerken en er altijd wel iemand iets meurends zit te eten naast je in de bieb, dat negen uur vroeg is voor een college als je er daadwerkelijk heen moet fietsen in plaats van het uit bed te kijken. Maar voor nu open ik de syllabi zodra ze online staan, download ik vast de teksten die ik moet lezen en bestudeer ik mijn rooster. Achter elk college staat een lokaal. (Ook dat vond ik ooit normaal.) Ze zijn over de stad verspreid, de universiteit heeft alle ruimte nodig. Ik heb college naast de bibliotheek, op de internationale campus, op de rechtenfaculteit en in een gebouw waar ik nooit eerder ben geweest. De docent ook niet, vermoed ik nadat ik mail van hem kreeg.

‘Graag tot ziens op 13 september, in de zaal met de omineuze naam “Kelder 1.03.”‘

Een vriendin kon bevestigen dat het inderdaad vrij grimmig was, maar het deert me niet. Al zetten ze me op het dak – ik zal er zijn.

Laat een reactie achter

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.