please do not touch

IMG_8779Twee maanden geleden overtrad ik de regels in het Stedelijk Museum Amsterdam. Zo voelde het althans, toen ik met een ferme slag een kunstwerk in beweging bracht. We’ll See How All Reverbarates van Carlos Amorales vult een gehele zaal, als een bovenmaatse mobile waaraan tientallen gongs bevestigd zijn. Met een klopper kan je ze beslaan. Het mag dus, maar toch maakte een kinderlijk enthousiasme zich van mij meester: een kunstwerk aanraken en ook nog eens de museale stilte doorbreken. Het voelde machtig: zonder mij was dit werk stil en dus incompleet.

Onze behoefte tot aanraken manifesteert zich duidelijk bij kinderen, zeker in musea waar dit niet is toegestaan. Ouders sprinten er achter hun kroost aan, houden plakkerige handjes op afstand en preken regelmatig: ‘Kijken doe je met je ogen!’ Dat het niet mag is begrijpelijk: ringen, vette vingers of een onderschatting van de eigen voorzichtigheid kunnen onherstelbare schade aanrichten. Dus aanschouwen we werken vanachter touw of glas, wordt ons discreet verzocht: please do not touch.

Toch wordt middels het aanraakverbod in musea aan een interessante vraag voorbij gegaan: waarom doen mensen het eigenlijk?

Aanraken is bezitten, werd mij in het Stedelijk duidelijk. Het werk was even van mij, al had ik het gekocht noch gemaakt – mijn gongslagen brachten het in beweging en lieten de lucht eromheen trillen. Aanraken is begrijpen – kijken doe je met je ogen, begrijpen op de tast. Voelen willen we, met onze vingertoppen ontdekken of iets glad is, ruw, hard, koel, hoekig, rond, zacht.

Laatst las ik een artikel waarin dezelfde vraag werd onderzocht, door het simpelweg aan bezoekers te vragen. Sommigen spraken van een connectie met het verleden: tijdreizen met tast, door je hand daar te plaatsen waar die van de kunstenaar ooit lag. Ook de museumbewakers werden ondervraagd. Zij dachten dat mensen vooral wilden checken of de werken wel echt waren. In het British Museum stonden de beelden immers niet achter glas. Bovendien was het gratis toegankelijk – hoe bijzonder kon de kunst dan zijn? Het vormt dus ook onze perceptie: met afstand komt respect.

Kunst komt meestal zonder gebruiksaanwijzing, dus blijven bezoekers met vragen achter. Wat moet je in een kamer waarin duizenden zwarte vlinders je omringen, wat doe je tegenover Amorales’ naakte vrouwen die meters muur bestrijken?  Aanraken is ook een poging je ergens toe te verhouden. Zo vormt het een remedie tegen kunst als iets ongrijpbaars. Je wordt er zelf deel van: middels de tast ben je met het werk verbonden, en of je dat nou enthousiast, verward, lacherig of blij maakt – dat zal je in ieder geval begrijpen. 

Wat de naakte vrouwen betreft: ik kwam dichterbij en toen pas zag ik dat de figuren geborduurd waren. De pluizige, bobbelige structuur nodigde me uit ze nog een stap dichter te naderen. Mijn handen hield ik achter mijn rug.

‘Jongedame, afstand houden graag. Niet op de werken ademen.’